Vragen voor diagnose

HS wordt klinisch gediagnosticeerd en er moeten drie diagnostische criteria aanwezig zijn om de diagnose te bevestigen: typische letsels, typische locatie en chroniciteit/recidief [Revuz 2016].

Diagnose van HS

De morbiditeit die gepaard gaat met hidradenitis suppurativa (HS) wordt op drie manieren bepaald [Revuz 2016].

  1. Klinisch onderzoek
  2. Door de patiënt gerapporteerde outcomes (Patient reported outomes, PROs)
  3. Beeldvorming en biochemisch onderzoek

Tijdens het klinisch onderzoek worden er twee aspecten voor de ernst van de ziekte bekeken [Revuz 2016]:

  1. De lichamelijke tekens die worden gedefinieerd als wijzigingen van de huid ten gevolge van de ziekte
  2. Een activiteitsindex (aantal noduli, abcessen, de pijngraad en purulentie)

Deze twee aspecten van de morbiditeit zijn niet noodzakelijk gecorreleerd en volgen misschien geen parallelle evolutie. Daarom kan het nodig zijn ze afzonderlijk te onderzoeken [Revuz 2016].

HS wordt klinisch gediagnosticeerd en er moet aan drie diagnostische criteria worden voldaan [Revuz 2016]:

1. Typische letsels

Dit zijn diepe, pijnlijke noduli, en vaak worden ze bij vroege letsels omschreven als blinde steenpuisten, omdat ze geen purulent uiteinde hebben, waarschijnlijk omdat ze dieper in de dermis zitten [Revuz 2016].

Andere letsels die vaak worden geobserveerd zijn [Revuz 2016]:

  • Abcessen
  • Littekens
  • Drainerende sinussen (ontstoken tunnels)
  • Postinflammatoire, open mee-eters met dubbele kop (pseudocomedonen)

Vaak beschrijven de patiënten de letsels als ‘steenpuisten’ [Revuz 2016].

Vaak zijn er multipele elementen aanwezig die de diagnose van HS gemakkelijker maken. Het is nochtans belangrijk dat er bij de diagnosestelling geen verwarring ontstaat met niet-diagnostische elementen, zoals een gewone folliculitis [Revuz 2016].

2. Typische plaatsen

HS moet zich manifesteren in één of meer van de typische voorkeursplaatsen [Revuz 2016]:

  • Oksels
  • Plooien onder en tussen de borsten
  • Liezen
  • Perineaal gebied
  • Bilspleet

De letsels kunnen op andere plaatsen voorkomen, zoals bij ectopische HS, maar de voorkeursplaatsen moeten er ook bij betrokken zijn om de diagnose te kunnen stellen [Revuz 2016].

3. Chroniciteit en recidief

Chroniciteit en recidief zijn belangrijke elementen van de ziektegeschiedenis. Tijdelijke letsels komen initieel terug op de voorkeursplaatsen. De initiële letsels evolueren naar chronische letsels en er ontwikkelen zich ook nieuwe letsels [Revuz 2016]. Twee recidieven in 6 maanden is arbitrair vastgesteld als een diagnostisch criterium [Vinding 2014].

Alle drie de criteria moeten aanwezig zijn voor een definitieve diagnose van HS, en omdat recidieven en chroniciteit vereist zijn om de diagnose te kunnen stellen, kan er een observatieperiode nodig zijn voor de definitieve diagnose wordt gesteld [Revuz 2016].

Er is momenteel geen specifieke diagnostische test beschikbaar voor HS [Zouboulis 2015b]. Er is zelden een biopsie nodig om een alternatieve diagnose uit te sluiten [Poli 2006]. Bij 30% van de patiënten wordt een positieve familiale geschiedenis van HS gevonden, wat helpt om de diagnose te stellen. Dat is vooral bij vrouwelijke patiënten het geval [Poli 2006].

De diagnose van HS wordt gesteld volgens de aangepaste definitie van Dessau, die de diagnostische letsels, de topografie en de ziektegeschiedenis beschrijft [Fimmel 2010; Zouboulis 2015a]. De diagnose wordt vaak laat gesteld, zeker wanneer er geen voorgeschiedenis is van recidief en chroniciteit, aangezien er per definitie binnen 6 maanden een recidief moet optreden om de diagnose te stellen [Revuz 2016].

De diagnose van HS moet voldoen aan alle drie de criteria die werden aangenomen door de 2nd International Conference on Hidradenitis Suppurativa (March 5, 2009, San Francisco, CA, VS) (Tabel 1) [Fimmel 2010].

Tabel 1. Diagnostische criteria voor hidradenitis suppurativa (aangenomen door de 2nd International Conference on Hidradenitis Suppurativa, 5 maart 2009, San Francisco, CA, VS) [Fimmel 2010].

Typische letsels, m.n. diepe pijnlijke noduli: ‘blinde’ steenpuisten bij vroege letsels; abcessen, drainerende sinussen, overbrugde littekens en ‘grafsteenachtige’ pseudocomedonen met dubbel uiteinde in secundaire letsels
Typische locatie, m.n. oksels, liezen, perineale en perianale gebied, bilspleet, inframammaire en intermammaire plooien
Chroniciteit en recidief

De ‘European Guideline for the Treatment of Hidradenitis Suppurativa/Acne Inversa’, in 2015 gepubliceerd, definieerde de volgende primaire en secundaire diagnostische criteria voor HS, samen met een differentiaaldiagnose voor HS [Zouboulis 2015a].

Primaire positieve diagnostische criteria

  • Geschiedenis: meer dan twee keer in zes maanden recidiverende pijnlijke of purulente letsels
  • Tekens: aantasting van de oksels, het genitofemorale gebied, het gluteale gebied, en bij vrouwen het inframammaire gebied. Aanwezigheid van noduli (ontstoken of niet-ontstoken). Sinuskanaaltjes (ontstoken of niet-ontstoken), abcessen, littekens (atrofisch, mazig, rood, hypertrofisch of lineair).

Secundaire positieve diagnostische criteria

  • Geschiedenis: familiegeschiedenis van HS
  • Microbiologie: Een negatief uitstrijkje of de aanwezigheid van normale huidmicrobiota kan op HS wijzen

Differentiaaldiagnose

  • Infectie met stafylokokken (de letsels zijn willekeurig verspreid en pustuleuzer)
  • Cutane Crohn (gaat gepaard met ziekte van Crohn in de darm)
  • Eenvoudige abcessen (meestal solitaire letsels)
  • Kanker, primair of secundair (systemische en histologische tekens van een tumor)
  • Lymphogranuloma venereum
  • Zelden:
    • cutane actinomycose (bij aanwezigheid van sinuskanalen)
    • scrofuloderma-type van cutane tuberculose

Zie Tabel 2 voor dee diagnostische criteria die worden voorgesteld voor gebruik in de eerstelijnszorg en door dermatologen [Zouboulis 2015a, 2015b].

Tabel 2: Diagnostische criteria voorgesteld voor gebruik in de eerstelijnszorg en door dermatologen [Zouboulis 2015a; 2015b].

Eerstelijns-zorg Uitbarsten van steenpuisten in de laatste 6 maanden:

  • Met een minimum van 2 steenpuisten
  • Met 5 mogelijke plaatsen (oksels, liezen, genitaliën, onder de borsten en andere plaatsen [niet gespecificeerd], bv. periaanaal, nek en abdomen)
In een dermatologische kliniek Verplichte criteria

  • Geschiedenis: meer dan twee recidieven van pijnlijke of purulente letsels in 6 maanden
  • Plaats: liezen, oksels, perineum, gebied van de bilspleet en (bij vrouwen) submammaire/intramammaire plooi
  • Klinische tekens:

Primaire letsels zoals folliculaire papel/pustel (folliculitis), nodulus (inflammatoir of niet-inflammatoir), abces

Secundaire letsels zijn o.a. cyste, fistel/sinus (exsudatief of niet-exsudatief), dubbele pseudocomedonen, litteken (atrofisch, erytheem, hypertrofisch, lineair of overbrugd)

Extra criteria (niet verplicht)

  • Geschiedenis: positieve familiale voorgeschiedenis van HS
  • Microbiologie: geen bewijzen van pathogenen of aanwezigheid van normale huidmicroflora in het predominante primaire letseltype
Diagnose van HS Als :

  • de drie verplichte criteria aanwezig zijn
  • één of meer verplichte plaatsen zijn aangetast
  • één of meer types van verplichte letsels aanwezig zijn (nodulus, abces, fistel/sinus, litteken)
Voor de diagnose van HS is een onderzoek met het blote oog nodig van alle lichaamsgegebieden waar de ziekte kan optreden; daarvoor mag de patiënt niet gekleed zijn. Het is niet genoeg om de patiënten te vragen of ze huidletsels in die gebieden hebben.

 

Late diagnose van HS

Hoewel HS zich op een typische manier manifesteert, wordt het vaak pas na een aanzienlijke tijd gediagnosticeerd om wille van de lage bekendheid van de ziekte en de vele foutieves diagnoses [Poli 2006].

Door de verschillende lichaamsgebieden die kunnen worden aangetast en de niet-specifieke aard van de vroege letsels gebeurt het dat patiënten naar veel verschillende specialisten worden doorverwezen, onder andere naar algemene chirurgen, gynaecologen, plastisch chirurgen, dermatologen, infectiologen, immunologen, gastro-enterologen, proctologen en urologen, omdat vaak wordt gedacht dat de letsels gewone ‘abcessen’ zijn. Helaas is de ziekte niet goed bekend bij veel huisartsen en andere niet-dermatologische specialisten, wat kan leiden tot een late diagnose en behandeling [Poli 2006].

In een studie bij 164 patiënten was de mediane tijd tot diagnosestelling 7 jaar, met een maximale tijd van 42 jaar. Het gebeurt dus vaak dat HS niet wordt herkend en er geen correcte diagnose wordt gesteld en geen correct advies wordt gegeven over de aanpak van deze chronische ziekte, wat bijdraagt tot de ernstige stress van de patiënt en verslechtering van de levenskwaliteit [Poli 2006].

In een andere studie bedroeg de mediane tijd tot diagnose 12 jaar. Veel gevallen worden verkeerd gediagnosticeerd als gewone steenpuisten en behandeld met incisie of een korte antibioticakuur [Jemec 2012].

De klinische ernst van HS en de tijd tot diagnose zijn gelinkt. Uit studieresultaten bleek dat het langste zelfgerapporteerde uitstel van de behandeling zich voordeed bij de patiënten met de ernstigste ziekte [Saunte 2015].

Een familiale voorgeschiedenis van HS gaf aanleiding tot een langer uitstel, wat erop zou kunnen wijzen dat die mensen een hogere drempel hebben om medische steun te zoeken, of dat HS in sommige families wordt beschouwd als een ‘levensconditie’ [Saunte 2015].

Diagnostische vragen bij HS

Vragen die u moet stellen wanneer u de voorgeschiedenis van een patiënt onderzoekt om u te helpen om HS te diagnosticeren

Primaire vragen die een diagnose van HS ondersteunen [Esmann 2010]:

  1. Hebt u op één van deze plekken herhaaldelijk grote zweren of pijnlijke knobbels of steenpuisten die littekens achterlaten als ze genezen?
  • Liezen
  • Oksels
  • Geslachtsorganen
  • Anale gebied
  • Onder de borsten
  • Plooien op de buik/rond de navel
  1. Hebt u in de laatste 12 maanden herhaaldelijk grote, pijnlijke noduli of steenpuisten in de oksels of in de liezen gehad?
  2. Hebt u in de laatste 6 maanden steenpuisten gehad?

Secundaire vragen die een diagnose van HS ondersteunen [Esmann 2010]:

  1. Hebt u al een arts geconsulteerd omdat u steenpuisten had?
  2. Bent u ooit behandeld voor deze steenpuisten?
  3. Werden uw steenpuisten veroorzaakt door één van de volgende factoren?
  • Stress⁄psychische factoren
  • Nauwsluitende/strakke kleren
  • Menstruatie
  • Zwangerschap.

Andere vragen die bijdragen tot de diagnose van HS [Poli 2006]

Vragen waarbij een positief antwoord de diagnose van HS ondersteunt:

  1. Heeft iemand in uw familie dezelfde symptomen?
  2. Komen uw steenpuisten altijd op dezelfde plek voor?
  3. Rookt u?
  4. Krijgt u geregeld steenpuisten voor uw menstruatie?

Vragen waarbij een negatief antwoord de diagnose van HS ondersteunt:

  1. Krijgt u op andere plekken, bijvoorbeeld op uw dijen of buik, ook steenpuisten?
  2. Heeft de PCP (pneumocystis pneumonia) behandeling van uw arts geholpen?
  3. Hebt u ergens anders infecties?
  4. Krijgt u koorts wanneer uw steenpuisten verschijnen?

Ernst en classificatie van de ziekte

De twee middelen die worden gebruikt om de ernst van HS te classificeren zijn de stadiëring van Hurley en de algemene beoordeling van HS door de arts (Physician global assessment, HS-PGA) [Zouboulis 2015b].

Stadiëring van Hurley

Het stadiëringssysteem dat door Hurley werd uitgewerkt verdeelt patiënten in drie groepen, grotendeels op basis van de aanwezigheid en de omvang van littekenvorming en sinussen. HS wordt in één van drie stadia geclassificeerd: stadium I, stadium II en stadium III. De algemene stadiëring van de patiënt wordt bepaald door het anatomische gebied met het hoogste stadium: wanneer een patiënt bijvoorbeeld Hurley-stadium II heeft in de linkeroksel en Hurley-stadium III op de rechterbil, wordt hij geclassificeerd als een patiënt met Hurley-stadium III van de ziekte [Revuz 2009].

Hurley-stadium I: individuele primaire letsels en/of cysten zonder fistels of littekenvorming [Zouboulis 2015b].

Hurley-stadium II: individuele primaire letsels en/of cysten met fistels en littekenvorming [Zouboulis 2015b].

Hurley-stadium III: tegelijkertijd primaire en secundaire letsels op aangetaste oppervlak(ken) met fistels en littekens [Zouboulis 2015b].

Het juiste Hurley-stadium voor ieder anatomisch gebied kan worden bepaald met het volgende stapsgewijze algoritme. Als er geen tekens zijn van sinuskanaaltjes of littekens, is het een gebied met Hurley-stadium I. Als het gebied is aangetast met sinuskanaaltjes of littekens, moet worden vastgesteld of de aantasting fragmentarisch is (m.a.w. of er tussen de littekens of de sinuskanaaltjes gave stukken met normale huid zijn). Als de aantasting fragmentarisch is, is het een anatomische gebied met Hurley-stadium II. Als er geen open plekken met normale huid zijn tussen de gebieden met littekens of als er sinuskanaaltjes zijn gevormd (m.a.w. wanneer het hele anatomische gebied diffuus is aangetast met ontstekingen, littekens of sinuskanaaltjes), dan is het een anatomisch gebied met Hurley-stadium III [Poli 2006].

De stadiëring van Hurley is een voorgesteld hulpmiddel om op een rationele manier een beslissing te nemen om voor een specifieke plaats op het lichaam te kiezen voor een chirurgische aanpak [Zouboulis 2015b].

Algemene beoordeling van HS door de arts (HS-Physician global assessment, HS-PGA)

De HS-PGA geeft een duidelijke richtlijn voor de beoordeling van de ernst van de ziekte op basis van zes stadia (Tabel 1) en zou kunnen worden gebruikt voor een dynamische follow-up van de patiënten [Kimball 2012].

Tabel 1. Hidradenitis suppurativa – Algemene beoordeling van HS door de arts (HS-PGA) [Zouboulis 2015b].

Schaal van Sartorius

De oorspronkelijke schaal van Sartorius, die later werd aangepast door Sartorius en Revuz, genereert een score op basis van het aantal getroffen anatomische gebieden, het aantal letsels en de types van letsels, de geografische uitbreiding van de ziekte en de vraag of alle letsels duidelijk van elkaar zijn afgescheiden door normale huid [Revuz 2009].

In de aanpassing die Revuz aanbracht aan de schaal van Sartorius wordt het aantal anatomische gebieden vermenigvuldigd met 3. De impact van ieder letsel wordt als volgt berekend: het aantal noduli wordt met 2 vermenigvuldigd, het aantal abcessen of fistels wordt met 4 vermenigvuldigd, het aantal hypertrofische littekens wordt met 1 vermenigvuldigd en het aantal overige letsels (bv. folliculitis, pustels) wordt met 0,5 vermenigvuldigd [Revuz 2009].

Binnen ieder anatomisch gebied wordt de impact van de geografische omvang van de ziekte als volgt berekend: wanneer de twee letsels die het verst van elkaar liggen minder dan 5 cm van elkaar zijn verwijderd, neemt de Sartorius-score met 2 toe; wanneer de twee letsels minder dan 10 cm van elkaar liggen, neemt de Sartorius-score met 4 toe; wanneer de twee letsels minstens 10 cm van elkaar verwijderd zijn, neemt de Sartorius-score met 6 toe. Wanneer er maar één letsel is, wordt de omvang van het letsel gebruikt om de impact van de geografische omvang van de ziekte te berekenen: wanneer het letsel kleiner is dan 5 cm, neemt de Sartorius-score met 2 toe; wanneer het letsel kleiner is dan 10 cm, neemt de Sartorius-score met 4 toe, wanneer het letsel minstens 10 cm groot is, neemt de Sartorius-score met 6 toe (Tabel 2) [Revuz 2009].

Tabel 2. Sartorius-score aangepast door Revuz [Revuz 2009]

Number Coefficient Total
1. Anatomical region involved: armpit, breast inguino-femoral, prianal and perineal x3
2. Lesions:

  • Nodules
  • Abcess or fistulas
  • Hypertrophic scars
  • Others (folliculitis, pustules…)
x3
x4
x1
x0.5
3. The longest distance between two relevant lesions or size if only one lesion. <5cm=2; <10cm=4; ≥10cm=6; if no active lesions=0 x1
4. Are all lesions clearly separated by normal skin? Yes=0; No=6 x1
TOTAL

De aangepaste Sartorius-score was het eerste ziekte-specifieke instrument om de klinische ernst van HS dynamisch te meten. De vraag is echter gerezen of het alleen toepasbaar is in ernstige gevallen waarin afzonderlijke letsels samenvloeien. Ook al wordt de Sartorius-score dynamischer bevonden dan de Hurley-score, ze bevat nog steeds letsels die misschien niet gevoelig zijn voor medische behandeling (littekens; de afstand tussen twee relevante letsels) [Zouboulis 2015a].

Evaluatie van de levenskwaliteit

Dermatology Life Quality Index

De Dermatology Life Quality Index (DLQI) wordt vaak gebruikt om de levenskwaliteit van patiënten met dermatologische aandoeningen te meten. De DLQI kan worden gebruikt om zes gebieden te onderzoeken: symptomen en gevoelens, dagelijkse activiteiten, vrije tijd, werk en school, persoonlijke relaties, en behandeling [Kurek 2012].

In een prospectieve gevallenreeks (n=55) van HS-patiënten in openbare dermatologieklinieken in Ontario, was de gemiddelde DLQI 10 ± 8,8, wat wijst op een matig effect op het leven van de patiënten [Alavi 2015]. In andere studies met Hurley II- en Hurley III-patiënten werd een nog hogere impact op de levenskwaliteit gezien met gemiddelde DLQI-scores van 14,1 tot 16,3 in de verschillende studiegroepen [Klimball 2016]. Overeenkomstig deze bevindingen waren de scores van de Short Form-36 Health Survey versie 2 significant verlaagd voor zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid. Bovendien waren de ernst van de ziekte, gemeten met de stadiëring van Hurley, het aantal letsels en de door de patiënten gerapporteerde levenskwaliteit significant gecorreleerd aan de DLQI-score. Deze resultaten wijzen erop dat HS een grote maar onderschatte invloed heeft op de levenskwaliteit van de patiënten [Alavi 2015].

Bovendien hadden HS-patiënten een hogere graad van seksueel lijden en seksuele disfunctie in vergelijking met de controlegroep. Seksueel lijden was hoger bij vrouwelijke dan bij mannelijke patiënten. De ernst van HS correleerde niet met de seksuele disfunctie of met seksueel lijden. Seksuele disfunctie en seksueel lijden correleerde omgekeerd evenredig met de levenskwaliteit bij vrouwelijke patiënten, die een lagere levenskwaliteit hadden in vergelijking met vrouwen in de controlegroep en met mannelijke patiënten [Alavi 2015; Kurek 2012].

Visueel analoge schaal (VAS) of numerieke evaluatieschaal voor huidpijn

Pijn heeft een enorme impact op de levenskwaliteit van HS-patiënten. Bijvoorbeeld in de studies van Kimball et al met Hurley II- en Hurley III-patiënten bedroeg de gemiddelde algemene evaluatie van huidpijn door de patiënt op een numerieke evaluatieschaal ongeveer 6 op 10 bij het begin van de studie in alle groepen, wat wijst op een matig hoog pijnniveau bij matig tot ernstig zieke patiënten[Kimball 2016].

EuroQol-5D

De EuroQol-5D (EQ-5D) is een gestandaardiseerde vragenlijst die als maatstaf wordt gebruikt voor gezondheidsgerelateerde uitkomsten en algemene utiliteit.

In een studie met 421 HS-patiënten werd de EQ-5D-vragenlijst gebruikt om de HS-gerelateerde symptomen, waaronder pijn, geur en pruritus, te onderzoeken. Er werd een significant afgenomen utiliteit waargenomen in alle leeftijdsgroepen van HS-patiënten, behalve in de groep van 65 tot 74 jaar. Multivariate analyse liet significante verbanden zien tussen verlies van utiliteit en pijn, geurhinder en pruritus (P<0,0001). HS-patiënten hadden een significant gedaalde EQ-5D in vergelijking met de algemene bevolking. Geurhinder en pruritus bleken gelinkt te zijn aan lage waarden op de EQ-5D-index, en door de patiënt gerapporteerde pijn en ongemakken hadden het negatiefste algemene effect op de gemiddelde EQ-5D-indexwaarden [Riis 2016].

REFERENTIES

Diagnose van HS

Fimmel S, Zouboulis CC. Comorbidities of hidradenitis suppurativa (acne inversa). Dermatoendocrinol 2010;2:9–16.

Poli, F, Jemec, GBE, Revuz J. Clinical presentation. In: Jemec GBE, J Revuz J, Leyden JJ (eds.) Hidradenitis suppurativa. Heidelberg (Germany): Springer-Verlag. 2006:11-24.

Revuz JE, Jemec GBE. Diagnosing hidradenitis suppurativa. Dermatol Clin 2016;34:1–5. Vinding GR, Miller IM, Zarchi K et al. The prevalence of inverse recurrent suppuration: a population-based study of possible hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 2014;170:88–9. Zouboulis CC, del Marmol V, Mrowietz U et al. Hidradenitis suppurativa/acne inversa: criteria for diagnosis, severity assessment, classification and disease evaluation. Dermatology 2015b;231:184–90.

Zouboulis CC, Desai N, Emtestam L et al. European S1 guideline for the treatment of hidradenitis suppurativa/acne inversa. J Eur Acad Dermatol Venereol 2015a;29:619–44.

Late diagnose van HS

Jemec GB. Clinical practice. Hidradenitis suppurativa. N Engl J Med 2012;366:158-64.

Poli, F, Jemec, GBE, Revuz J. Clinical presentation. In: Jemec GBE, J Revuz J, Leyden JJ (eds.) Hidradenitis suppurativa. Heidelberg (Germany): Springer-Verlag. 2006:11-24.

Saunte DM, Boer J, Stratigos A. Diagnostic delay in hidradenitis suppurativa is a global problem. Br J Dermatol 2015; 173:1546–9

Diagnostische vragen bij HS

Esmann S, Dufour DN, Jemec GB. Questionnaire-based diagnosis of hidradenitis suppurativa: specificity, sensitivity and positive predictive value of specific diagnostic questions. Br J Dermatol 2010;163:102–6.

Poli F, Jemec GB, Revuz J. Clinical presentation (Chapter 3) in: Jemec GB, Revuz JE, Leyden JJ (Eds.) Hidradenitis suppurativa. Springer, Heidelberg, Germany; 2006:11-24.

Bepaling van de ernst en classificatie van de ziekte-evolutie van HS

Kimball AB, Kerdel F, Adams D et al. Adalimumab for the treatment of moderate to severe hidradenitis suppurativa: a parallel randomized trial. Ann Intern Med 2012;157: 846-55. Poli, F, Jemec, GBE, Revuz J. Clinical presentation. In: Jemec GBE, J Revuz J, Leyden JJ (eds.) Hidradenitis suppurativa. Heidelberg (Germany): Springer-Verlag, 2006:11-24.

Revuz J. Hidradenitis suppurativa. J Eur Acad Dermatol Venereol 2009;23:985–98.

Zouboulis CC, Del Marmol V, Mrowietz U et al. Hidradenitis suppurativa/acne inversa: Criteria for diagnosis, severity assessment, classification and disease evaluation. Dermatology 2015b;231:184–90.

Zouboulis CC, Desai N, Emtestam L et al. European S1 guideline for the treatment of hidradenitis suppurativa/acne inversa. J Eur Acad Dermatol Venereol 2015a;29:619–44.

Evaluatie van de levenskwaliteit

Alavi A, Anooshiravani N. Quality of life impairment in patients with hidradenitis suppurativa: A Canadian study. Am J Clin Dermatol 2015;16:61–5.

Kimball A et al. Two Phase 3 Trials of Adalimumab for Hidradenitis Suppurativa. N Engl J Med 2016;375:422-34.

Kurek A, Peters EM, Chanwangpong A et al. Profound disturbances of sexual health in patients with acne inversa. J Am Acad Dermatol 2012;67:422–8.

Riis PT, Vinding GR, Ring HC et al. Disutility in patients with hidradenitis suppurativa: a crosssectional study using EuroQoL-5D. Acta Derm Venereol 2016;96:222–6.

Ce site peut améliorer votre expérience d’utilisateur en activant les cookies.
Plus d’informations