Comorbiditeiten

Omdat de pathofysiologie van hidradenitis suppurativa (HS) progressief en inflammatoir is, zullen er bepaalde comorbiditeiten optreden die bijdragen aan de ontsteking en frictie van de ziekte [Kohorst 2015].

Er zijn verschillende soorten comorbiditeiten vastgesteld (Figuur 1) [Kohorst 2015]:

  • Obesitas en het metabool syndroom
  • Hormoongerelateerde stoornissen
  • Ongezonde gewoonten en stemming
  • Auto-immuunziekte
  • Inflammatoire aandoening
  • Risico op huidkanker
  • Restletsels van wonden die niet genezen

Uit de studies die tot heden zijn verschenen, blijkt dat HS het sterkst geassocieerd is met het metabool syndroom. Hoewel gesuggereerd is dat HS verband houdt met een aantal andere factoren, zoals roken, depressie, auto-immuunziekte en huidkanker, zijn de bewijzen minder overtuigend omdat ze grotendeels gebaseerd zijn op retrospectieve verslagen en gevallenreeksen [Kohorst 2015].

Figuur 1. Aandoeningen die voorkomen met hidradenitis suppurativa (HS) [Kohorst 2015].

 

Obesitas

Er is al decennialang een tendens van HS bij obese patiënten. Dit sterke verband tussen obesitas en HS is bevestigd in gecontroleerde studies [Kohorst 2015].

Er is geen verband aangetoond tussen de duur van HS en obesitas [Barth 1996]. Nochtans wijzen verschillende studies op een verband tussen de ernst van HS en een verhoogde body mass index (BMI) [Canoui-Poitrine 2009; Crowley 2014; Sartorious 2009; Schrader 2014; Vazquez 2013].

Uit gegevens afkomstig van patiënten die lange tijd werden gevolgd blijkt dat de remissie van HS vaker wordt gemeld bij niet-obese HS-patiënten [Kromann 2014].

Centrale obesitas is ook in verband gebracht met HS, los van de BMI [Miller 2014].

Verder is er gesuggereerd dat de ontwikkeling van HS het gevolg kan zijn van overlappende huidplooien bij obese patiënten die frictie veroorzaken, en dat ook de concomitante hormonale problemen en de pro-inflammatoire toestand die met obesitas gepaard gaan een rol kunnen spelen [Alikhan 2009].

Metabool syndroom

Metabool syndroom, gedefinieerd als de aanwezigheid van 3 tot 5 fysiologische veranderingen, waaronder obesitas, een verhoogde bloedsuikerspiegel in nuchtere toestand, hypertriglyceridemie, een lage waarde van high-densitylipoproteïne-cholesterol (HDL-C) en hypertensie [Kohorst 2015] wordt vaker vastgesteld bij HS-patiënten dan in een controlegroep [Gold 2014; Miller 2014; Sabat 2012].

Bij patiënten met een comorbide metabool syndroom blijkt HS op jongere leeftijd op te treden. Er is echter geen verband tussen de hogere prevalentie van metabool syndroom en de duur of de ernst van HS [Gold 2014; Miller 2014; Sabat 2012].

Hoewel hypertensie een component van het metaboolsyndroom is, is er in de meeste verslagen geen significant verband aangetoond tussen HS en huidige of vroegere hypertensie [Gold 2014; Miller 2014; Revuz 2008]. Er is evenmin een verband aangetoond tussen hypertensie en een verhoogde HS-ziektelast [Crowley 2014].

Diabetes mellitus

Het verband tussen diabetes mellitus en HS is al langer dan 20 jaar bekend [Barth 1988; O’Loughlin 1988] en werd in recente studies bevestigd [Miller 2014; Shlyankevich 2014].

Bij HS ligt het percentage diabetesgevallen tussen 5% en 20% [Miller 2014; Shlyankevich 2014], terwijl de percentages van hyperglycemie en glucose-intolerantie respectievelijk 26% en 39% bedragen [Gold 2014; Sabat 2012].

Er is geen significante link met een toename van de ernst van HS in de gevallen waar diabetes en HS zich samen manifesteren [Revuz 2008].

Lipidenstoornissen

Er is een rechtstreeks verband vastgesteld tussen HS en hypertriglyceridemie. Die kunnen met elkaar worden verward als er ook obesitas en slechte eetgewoonten aanwezig zijn [Gold 2014; Sabat 2012].

In twee rapporten [Miller 2014; Sabat 2012] is er ook een verband gevonden tussen een laag gehalte aan high-densitylipoproteïne-cholesterol (HDL-C) en HS, maar in een latere studie werd die correlatie niet vastgesteld [Gold 2014]. Bij HS varieerden de percentages van lage HDL-C, afhankelijk van de populatie, tussen 33,1 en 54% [Kohorst 2015].

Hormoongerelateerde stoornissen

Er is al lang geopperd dat de pathogenese van HS te maken had met hormonen, omdat het vaker voorkomt bij vrouwen [Kromann 2014]. In een recente case-controlstudie werd melding gemaakt van een sterk verband tussen HS en polycysteusovariumsyndroom, wat ook verband houdt met obesitas [Shlyankevich 2014]. Maar in andere gepubliceerde studies werd dat verband niet bevestigd [Kromann 2014].

Roken

In twee studies bleek er een verband te zijn tussen actief roken en de prevalentie van HS [König 1999; Revuz 2008], maar die bevinding werd in een latere studie weerlegd [Schrader 2014]. Er zijn ook tegenstrijdige rapporten over het verband tussen HS en roken in het verleden [Revuz 2008; Schrader 2014].

In HS-klinieken werd vastgesteld dat HS-patiënten per dag meer sigaretten rookten dan een controlegroep [Revuz 2008], en er werd ook een verband gezien tussen een toegenomen ziektebelasting en significant meer pakjaren,wat erop kan wijzen dat roken HS verergert [Schrader 2014].

Er is een verband vastgesteld tussen het roken van sigaretten en een ernstigere graad van HS [Sartorius 2009; Vazquez 2013], en bij een bevraging werd er bij rokers een lager percentage remissie van HS opgetekend dan bij niet-rokers [Kromann 2014].

Er werd op het vlak van de leeftijd waarop de patiënten begonnen te roken geen significant verschil gevonden tussen HS-patiënten en de controlegroep [Revuz 2008].

Depressie

In een studie met 9.619 proefpersonen werden bij HS-patiënten vaker depressies vastgested (5,9%) dan bij de controlegroep [Shavit 2015]. Op basis van verslagen die tot vandaag zijn verschenen is het verband tussen de ziektebelasting bij HS en concomitante depressie niet afdoend bewezen [Crowley 2014; Sartorius 2009; Vazquez 2013].

Inflammatoire darmziekte

Uit een bevolkingsonderzoek naar de incidentie bleek dat patiënten met inflammatoire darmziekte negen keer meer kans hebben (verhouding tussen incidenties = 8,9) om HS te ontwikkelen dan de algemene bevolking (95% betrouwbaarheidsinterval 3,6-17,5) [Yadav 2016].

Ziekte van Crohn

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen cutane Crohn en HS in het perianale gebied: de arts moet er zich altijd bewust van zijn dat de perianale letsels van de ziekte van Crohn op HS kunnen lijken en moet de nodige onderzoeken uitvoeren. De atypische condyloomachtige letsels van de ziekte van Crohn doen zich niet voor bij HS en de specifieke letsels van de ziekte van Crohn worden zelden aangetroffen buiten het perianale gebied. Het is echter nagenoeg onmogelijk om louter klinisch een onderscheid te maken tussen HS en de ziekte van Crohn. De aanwezigheid van epithelioïde granulomen in de dermis, niet op de plaats van de actieve ontsteking kan een aanwijzing zijn, maar er worden niet vaak biopsieën uitgevoerd bij HS-patiënten. Bij twijfel moet er een colonoscopie worden uitgevoerd, zelfs als er geen duidelijke digestieve symptomen zijn [Dhaou 2013].

In de grootste gevallenreeks van HS bij de ziekte van Crohn varieerden de cijfers tussen 17 en 26%, in vergelijking met 14 tot 18% voor colitis ulcerosa [van der Zee 2014]. De ziekte van Crohn komt meestal voor in de dikke darm en is vaak al een aantal jaren aanwezig voor HS zich ontwikkelt. Bij de ziekte van Crohn treedt HS vaak op in het perianale of perineale gebied [Church 1993].

Artritis en spondylartropathie

Bij patiënten met HS werden er significant meer gevallen van spondylartropathie gemeld dan in de controlegroep [Richette 2014; Shlyankevich 2014].

Artritis in perifere gewrichten, en niet zozeer in wervelgewrichten, is hoofdzakelijk bij zwarte mannen met HS gemeld [Bhalla 1994]. Meestal ontwikkelt HS zich een aantal jaren voor de artritis, maar zodra HS zich ontwikkeld heeft, is de daarmee gepaard gaande artritis chronisch en gaan de aanvallen van artritis samen met die van HS. Met een effectieve HS-behandeling kan het vaak verbeteren [Bhalla 1994; Fimmel 2010]. De geassocieerde artritis is HLA-B27-negatief [Bhalla 1994].

Inflammatoire ziekte en geassocieerde syndromen

Folliculaire-occlusietetrade

In een paar studies is melding gemaakt van HS die samenging met de folliculaire-occlusietetrade (m.a.w. HS, pilonidale cyste, acne conglobata en perifolliculitis capitis abscedens et suffodiens).

Bij HS-patiënten komen pilonidale cysten extreem vaak voor (6 tot 30%, en frequenter bij mannen). Zij zijn van de tetrade het frequentste symptoom en ze manifesteren zich als echte nodulaire en purulente letsels waarvoor excisie nodig is (de HS treedt vaak op nadat ze weggesneden zijn) of als een kleine depressie op de middellijn van de bilspleet [Vazquez 2013; Revuz 2009].

Er is geen verband vastgesteld tussen een pilonidale ziekte en de graad van ernst van HS [Canoui- Poitrine 2009; Vazquez 2013].

In twee gevallenreeksen werd acne conglobata echter in verband gebracht met HS en artritis [Lim 2013; Thein 2004]. Comorbiditeit met HS is moeilijk vast te stellen in het geval van perifolliculitis capitis abscedens et suffodiens omdat het niet vaak voorkomt, hoewel er een aantal gevallen werden gemeld, vooral bij zwarte mannen [Lim 2013; Maintz 2005].

Acne vulgaris

Er zijn slechts zwakke bewijzen voor een verband tussen acne vulgaris en HS. De cijfers uit studies van vroegere acne vulgaris en de huidige acne bij HS varieerden respectievelijk van 23 tot 44% en 13 tot 36% [Canoui-Poitrine 2009; Schrader 2014; Vazquez 2013]. Het is niet aangetoond dat de ernst van HS op een significante manier wordt beïnvloed door huidige of vroegere acne vulgaris [Canoui-Poitrine 2009; Schrader 2014; Vazquez 2013].

Pyoderma gangrenosum

Er is een onafhankelijk verband aangetoond tussen pyoderma gangrenosum en HS [Ah-Weng 2005; Hsaio 2010; Reddick 2010]. Er zijn ook gevallen beschreven waarin er een verband wordt gelegd tussen pyoderma gangrenosum en HS bij aandoeningen zoals het PASH-syndroom (pyoderma gangrenosum, acne en hidradenitis suppurativa), het PAPASH-syndroom (pyogene artritis, pyoderma gangrenosum, acne en hidradenitis suppurativa) en het PsAPASH-syndroom (psoriatische artritis, pyoderma gangrenosum, acne en hidradenitis suppurativa) [Braun-Falco 2012; Duchatelet 2015; Saraceno 2015; Staub 2015].

Huidkanker

Het is nog niet duidelijk of er een verband is tussen non-melanoma huidkanker en HS, of dat de kanker alleen maar een complicatie is van het chronische inflammatoire proces bij HS [Kohorst 2015]. In een grote retrospectieve studie werd bij HS-patiënten een 4,6 keer hoger risico op non-melanoma huidkanker vastgesteld [Lapins 2001].

Plaveiselcelcarcinoom (SCC) komt vier keer vaker voor bij mannelijke HS-patiënten [Alikhan 2009]. In één studie werd melding gemaakt van een gemiddelde duur van 25 jaar HS voor SCC werd gediagnosticeerd, en een algemene overleving van minder dan 2 jaar na de diagnose van SCC voor 48% (n=15) van de patiënten [Maclean 2007]. Uit een recente populatiestudie naar de incidentie van HS bleek dat er niet voldoende kankergevallen waren om een analyse uit te voeren [Vazquez 2013]. In een onderzoek bij 1.730 HS-patiënten bedroeg de prevalentie van plaveiselcelcarcinoom van de huid 0,52% [Shlyankevich 2014].

REFERENTIES

Comorbiditeiten

Kohorst JJ, Kimball AB, Davis MDP. Systemic associations of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2015;73:S27–35.

Obesitas

Alikhan A, Lynch PJ, Eisen DB. Hidradenitis suppurativa: A comprehensive review. J Am Acad Dermatol 2009;60:539–61.

Barth JH, Layton AM, Cunliffe WJ. Endocrine factors in pre and postmenopausal women with hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 1996;134:1057-9.

Canoui-Poitrine F, Revuz JE, Wolkenstein P et al. Clinical characteristics of a series of 302

French patients with hidradenitis suppurativa, with an analysis of factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2009;61:51-7.

Crowley JJ, Mekkes JR, Zouboulis CC et al. Association of hidradenitis suppurativa disease severity with increased risk for systemic comorbidities. Br J Dermatol 2014;171:1561–5. Gold DA, Reeder VJ, Mahan MG et al. The prevalence of metabolic syndrome in patients with hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2014;70:699-703.

Kohorst JJ, Kimball AB, Davis MDP. Systemic associations of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2015;73:S27–35.

Kromann CB, Deckers IE, Esmann S et al. Risk factors, clinical course and long-term prognosis in hidradenitis suppurativa: a cross-sectional study. Br J Dermatol 2014;171:819-24.

Miller IM, Ellervik C, Vinding GR et al. Association of metabolic syndrome and hidradenitis suppurativa. JAMA Dermatol 2014;150:1273–80.

Sartorius K, Emtestam L, Jemec GB et al. Objective scoring of hidradenitis suppurativa reflecting the role of tobacco smoking and obesity. Br J Dermatol 2009;161:831-9.

Schrader AM, Deckers IE, van der Zee HH et al. Hidradenitis suppurativa: a retrospective study of 846 Dutch patients to identify factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2014;71:460-67.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97-103.

Metaboolsyndroom

Crowley JJ, Mekkes JR, Zouboulis CC et al. Association of hidradenitis suppurativa disease severity with increased risk for systemic comorbidities. Br J Dermatol 2014;171:1561-5. Gold DA, Reeder VJ, Mahan MG et al. The prevalence of metabolic syndrome in patients with hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2014;70:699-703.

Kohorst JJ, Kimball AB, Davis MDP. Systemic associations of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2015;73:S27–35.

Miller IM, Ellervik C, Vinding GR et al. Association of metabolic syndrome and hidradenitis suppurativa. JAMA Dermatol 2014;150:1273–80.

Revuz JE, Canoui-Poitrine F, Wolkenstein P et al. Prevalence and factors associated with hidradenitis suppurativa: results from two case-control studies. J Am Acad Dermatol 2008;59:596-601.

Sabat R, Chanwangpong A, Schneider-Burrus S et al. Increased prevalence of metabolic syndrome in patients with acne inversa. PLoS One 2012;7:e31810.

Diabetes mellitus

Barth JH, Ng LL, Wojnarowska F et al. Acanthosis nigricans, insulin resistance and cutaneous virilism. Br J Dermatol 1988;118:613-19.

Gold DA, Reeder VJ, Mahan MG et al. The prevalence of metabolic syndrome in patients with hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2014;70:699-703.

Miller IM, Ellervik C, Vinding GR et al. Association of metabolic syndrome and hidradenitis suppurativa. JAMA Dermatol 2014;150:1273–80.

O’Loughlin S, Woods R, Kirke PN et al. Hidradenitis suppurativa. Glucose tolerance, clinical, microbiologic, and immunologic features and HLA frequencies in 27 patients. Arch Dermatol 1988;124:1043-46.

Revuz JE, Canoui-Poitrine F, Wolkenstein P et al. Prevalence and factors associated with hidradenitis suppurativa: results from two case-control studies. J Am Acad Dermatol 2008;59: 596-601.

Sabat R, Chanwangpong A, Schneider-Burrus S et al. Increased prevalence of metabolic syndrome in patients with acne inversa. PLoS One 2012;7:e31810.

Shlyankevich J, Chen AJ, Kim GE et al. Hidradenitis suppurativa is a systemic disease with substantial comorbidity burden: a chart-verified case-control analysis. J Am Acad Dermatol 2014;71:1144-50.

Lipidenstoornissen

Gold DA, Reeder VJ, Mahan MG et al. The prevalence of metabolic syndrome in patients with hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2014;70:699-703.

Kohorst JJ, Kimball AB, Davis MDP. Systemic associations of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2015;73:S27–35.

Miller IM, Ellervik C, Vinding GR et al. Association of metabolic syndrome and hidradenitis suppurativa. JAMA Dermatol 2014;150:1273–80.

Sabat R, Chanwangpong A, Schneider-Burrus S et al. Increased prevalence of metabolic syndrome in patients with acne inversa. PLoS One 2012;7:e31810.

Hormoongerelateerde stoornissen

Kromann CB, Deckers IE, Esmann S et al. Risk factors, clinical course and long-term prognosis in hidradenitis suppurativa: a cross-sectional study. Br J Dermatol 2014;171:819-24. Shlyankevich J, Chen AJ, Kim GE et al. Hidradenitis suppurativa is a systemic disease with substantial comorbidity burden: a chart-verified case-control analysis. J Am Acad Dermatol 2014;71:1144-1150.

Roken

König A, Lehmann C, Rompel R et al. Cigarette smoking as a triggering factor of hidradenitis suppurativa. Dermatology 1999;198:261–4.

Kromann CB, Deckers IE, Esmann S et al. Risk factors, clinical course and long-term prognosis in hidradenitis suppurativa: a cross-sectional study. Br J Dermatol 2014;171:819–24.

Revuz JE, Canoui-Poitrine F, Wolkenstein P et al. Prevalence and factors associated with hidradenitis suppurativa: results from two case-control studies. J Am Acad Dermatol 2008;59: 596-601.

Sartorius K, Emtestam L, Jemec GB et al. Objective scoring of hidradenitis suppurativa reflecting the role of tobacco smoking and obesity. Br J Dermatol 2009;161:831–9. Schrader AM, Deckers IE, van der Zee HH et al. Hidradenitis suppurativa: a retrospective study of 846 Dutch patients to identify factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2014;71:460–7.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97–103.

Depressie

Crowley JJ, Mekkes JR, Zouboulis CC et al. Association of hidradenitis suppurativa disease severity with increased risk for systemic comorbidities. Br J Dermatol 2014;171:1561–65. Sartorius K, Emtestam L, Jemec GB et al. Objective scoring of hidradenitis suppurativa reflecting the role of tobacco smoking and obesity. Br J Dermatol 2009;161:831–9.

Shavit E, Dreiher J, Freud T et al. Psychiatric comorbidities in 3207 patients with hidradenitis suppurativa. J Eur Acad Dermatol Venereol 2015;29:371–6.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97–103.

Inflammatoire darmziekte

Church JM, Fazio VW, Lavery IC et al. The differential diagnosis and comorbidity of hidradenitis suppurativa and perianal Crohn’s disease. Int J Colorectal Dis 1993;8:117–19. Dhaou BB, Boussema F, Aydi Z et al. Hidradenitis suppurativa (Verneuil’s disease). J Saudi Soc Dermatol Dermatol Surg 2013;17:1–5.

van der Zee HH, de Winter K, van der Woude CJ et al. The prevalence of hidradenitis suppurativa in 1093 patients with inflammatory bowel disease. Br J Dermatol 2014;171:673-5.

Yadav S, Singh S, Edakkanambeth Varayil J et al. Hidradenitis suppurativa in patients with inflammatory bowel disease: a population-based cohort study in Olmsted County, Minnesota. Clin Gastroenterol Hepatol 2016;14:65–70.

Artritis en spondylartropathie

Bhalla R, Sequeira W. Arthritis associated with hidradenitis suppurativa. Ann Rheum Dis 1994;53:64-6.

Fimmel S, Zouboulis CC. Comorbidities of hidradenitis suppurativa (acne inversa). Dermatoendocrinol 2010;2:9–16.

Richette P, Molto A, Viguier M et al. Hidradenitis suppurativa associated with spondyloarthritis—results from a multicenter national prospective study. J Rheumatol 2014;41:490-4.

Shlyankevich J, Chen AJ, Kim GE et al. Hidradenitis suppurativa is a systemic disease with substantial comorbidity burden: a chart-verified case-control analysis. J Am Acad Dermatol 2014;71:1144-50.

Inflammatoire ziekte en begeleidende syndromen

Canoui-Poitrine F, Revuz JE, Wolkenstein P et al. Clinical characteristics of a series of 302

French patients with hidradenitis suppurativa, with an analysis of factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2009;61:51–7.

Lim DT, James NM, Hassan S et al. Spondyloarthritis associated with acne conglobata, hidradenitis suppurativa and dissecting cellulitis of the scalp: a review with illustrative cases. Curr Rheumatol Rep 2013;15:346.

Maintz L, Betz RC, Allam JP et al. Keratitis-ichthyosis-deafness syndrome in association with follicular occlusion triad. Eur J Dermatol 2005;15:347–52.

Revuz J. Hidradenitis suppurativa. J Eur Acad Dermatol Venereol 2009;23:985–98.

Thein M, Hogarth MB, Acland K. Seronegative arthritis associated with the follicular occlusion triad. Clin Exp Dermatol 2004;29:550–2.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97–103.

Acne vulgaris

Canoui-Poitrine F, Revuz JE, Wolkenstein P et al. Clinical characteristics of a series of 302

French patients with hidradenitis suppurativa, with an analysis of factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2009;61:51–57.

Schrader AM, Deckers IE, van der Zee HH et al. Hidradenitis suppurativa: a retrospective study of 846 Dutch patients to identify factors associated with disease severity. J Am Acad Dermatol 2014;71:460–7.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97–103.

Pyoderma gangrenosum

Ah-Weng A, Langtry JA, Velangi S et al. Pyoderma gangrenosum associated with hidradenitis suppurativa. Clin Exp Dermatol 2005;30:669–71.

Braun-Falco M, Kovnerystyy O, Lohse P et al. Pyoderma gangrenosum, acne, and suppurative hidradenitis (PASH)—a new autoinflammatory syndrome distinct from PAPA syndrome. J Am Acad Dermatol 2012;66:409-15.

Duchatelet S, Miskinyte S, Join-Lambert O et al. First nicastrin mutation in PASH syndrome. Br J Dermatol 2015;173:610–12.

Hsiao JL, Antaya RJ, Berger T et al. Hidradenitis suppurativa and concomitant pyoderma gangrenosum: a case series and literature review. Arch Dermatol 2010;146:1265–70. Reddick CL, Singh MN, Chalmers RJ. Successful treatment of superficial pyoderma gangrenosum associated with hidradenitis suppurativa with adalimumab. Dermatol Online J 2010;16:15.

Saraceno R, Babino G, Chiricozzi A et al. PsAPASH: a new syndrome associated with hidradenitis suppurativa with response to tumor necrosis factor inhibition. J Am Acad Dermatol 2015;72:e42–4.

Staub J, Pfannschmidt N, Strohal R et al. Successful treatment of PASH syndrome with infliximab, cyclosporine and dapsone. J Eur Acad Dermatol Venereol 2015a;29:2243–7.

Huidkanker

Alikhan A, Lynch PJ, Eisen DB. Hidradenitis suppurativa: a comprehensive review. J Am Acad Dermatol 2009;60:539–61.

Kohorst JJ, Kimball AB, Davis MDP. Systemic associations of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2015;73:S27–35.

Lapins J, Ye W, Nyren O et al. Incidence of cancer among patients with hidradenitis suppurativa. Arch Dermatol 2001;137:730–4.

Maclean GM, Coleman DJ. Three fatal cases of squamous cell carcinoma arising in chronic perineal hidradenitis suppurativa. Ann R Coll Surg Engl 2007;89:709–12.

Shlyankevich J, Chen AJ, Kim GE et al. Hidradenitis suppurativa is a systemic disease with substantial comorbidity burden: a chart-verified case-control analysis. J Am Acad Dermatol 2014;71:1144-150.

Vazquez BG, Alikhan A, Weaver AL et al. Incidence of hidradenitis suppurativa and associated factors: a population-based study of Olmsted County, Minnesota. J Invest Dermatol 2013;133:97–103.

Ce site peut améliorer votre expérience d’utilisateur en activant les cookies.
Plus d’informations